Het avontuur van Sint

Een speciaal verhaal over hoe ver Sinterklaas soms gaat om kinderen te bezoeken. Door Dinie Visschers-de Wit.

Op een grote open plek in een groot bos, staat een niet zo’n groot huis.

Daarin wonen een vader en moeder en drie kinderen, een jongen en twee meisjes, hun namen zijn Rietje, Fietje en Pietje. De vader is de boswachter van het grote bos. Hij moet er op letten dat er niet stiekem herten en andere dieren dood gemaakt worden en dat de mensen die graag door het bos wandelen er geen grote puinhoop van maken, geen takken van de bomen breken, en de mooie plantjes kapot trappen, en alle papiertjes  en lege limonadeflesjes op ruimen. Daar heeft de boswachter heel veel werk aan en is vaak en soms ‘s nachts van huis om op alles in het bos te bewaken

Pietje is de oudste en plaagt af en toe graag zijn twee zusjes, niet zo lief, maar de twee meisjes plagen hem dan natuurlijk wel terug, en dan zijn ze dus eigenlijk ook niet zo lief.

Maar ze houden wel veel van elkaar hoor, alle broertjes en zusjes plagen elkaar wel eens.

Maar Sint-Nicolaas vind dat toch niet zo erg leuk, en hij heeft tegen zijn zwarte pieten gezegd, dat ze er een beetje goed op moeten letten dat daar verandering in komt.

De Pieten lachen er stiekem een klein beetje om, want zij als Pieten onder elkaar plagen elkaar ook wel eens, maar dan alleen als Sint het niet kan zien..

Zo zie je maar weer dat Pieten ook best ondeugend kunnen zijn. En toch worden ook zij een beetje verdrietig als ze merken dat broertjes en zusjes elkaar  een beetje in de haren zitten, dat is toch niet echt zoals het hoort.

De Pieten komen via allerlei bospaadjes bij het huis op de open plek, en klimmen in de nacht op het dak om  te proberen ongemerkt wat in de schoenen te doen van de kinderen, en wat een feest als er dan iets leuks in zit de andere morgen.

Dan word er hard, “Dank u Sinterklaas en zwarte Piet” geroepen.

Dit jaar zal Sint ook wel weer komen als hij jarig is. De kinderen vinden het heel spannend.

Ze kunnen haast niet wachten op de grote dag, wat zullen ze dit jaar krijgen?

Afwachten zei Moeder, jullie zullen het wel zien, maar ik heb op de televisie en de radio gehoord dat er heel veel sneeuw gaat komen tegen de tijd dat het Sint-Nicolaasfeest is, en of hij dan komen kan?? We zullen het hopen.

Oeff, dat was geen leuk bericht voor de kinderen…….

En inderdaad, op 5 december lag er heel veel sneeuw op alle wegen en in het bos, het hele land was bedekt onder een dikke witte deken.

Voor de kinderen die in de stad en de dorpen wonen was het niet zo erg, Sint kon wel bij die huizen langs, als hij maar heel goed door de Pieten vastgehouden werd zodat hij niet uit zou glijden……..maar bij de drie kinderen in het bos??? Dat was wel een probleem, want alle bospaden lagen zo vol sneeuw, dat je niet meer kon zien waar de goede paden naar het huis toe liepen. En er waren zulke bergen sneeuw dat het onmogelijk was om daar doorheen te komen. Het paard zou dat ook niet kunnen, hij zou tot de knieën in de sneeuw zakken, en daardoor niet vooruit kunnen komen.

Nee, naar het huis in het bos zou niet gaan.

Dat was wel jammer vond Sint, want hij wilde met de kinderen praten, en ze vragen om elkaar niet meer te plagen, en ook om goed hun best te doen op school, en vader en moeder te helpen bij de karweitjes die er gedaan moesten worden….maar dat zou nu niet gaan.

Maar het meest verdrietig werd Sint dat hij dit jaar de kinderen in het boswachtershuis moest over slaan. Want hij houdt van alle kinderen even veel. En ziet hen graag ieder jaar terug.

Zucht…hoe moest dat nu?

En terwijl Rietje, Fietje en Pietje met sombere gezichten bij de schoorsteen zitten, en toch probeerden de mooie liedjes voor Sint te zingen, want misschien, heel misschien…wie weet?

Maar moeder zei, “reken er niet op kinderen, het is te moeilijk voor die oude man om hierheen te komen, dit jaar gaat het feest voor jullie voorbij. Hier is nog wat warme chocolademelk en eten jullie je letter maar op die in jullie lag een paar dagen geleden, en dan maar gauw naar bed. Laten we hopen dat het volgend jaar beter gaat.

Met teleurgestelde gezichtjes en tranen in hun ogen gingen de drie kinderen naar bed. Ze dachten er niet eens aan om elkaar te plagen.

Daar lagen ze dan…stilletjes in bed op de zolder…Pietje was al haast ingeslapen, toen hij wakker schrok, hee, wat hoorde hij daar? Het kon toch niet onweren als er sneeuw lag? Maar toch, het leek er wel op. Hij hoorde gerommel en gebrom, wat was dit voor een raar geluid? Het kwam steeds dichterbij, tenminste, daar leek het wel op.

Een vliegtuig?? Nee, het leek het geluid van een helikopter… maar hier boven het bos kwam er eigenlijk nooit eentje, nee, dat zou het toch ook niet wezen.

Het geluid werd steeds harder en harder, en nu bleef het dichtbij, het ging niet verder weg.

Dat moest hij zien, hij wilde het weten, en hij vloog zijn bed uit, en terwijl hij naar de trap rende zag hij zijn zusjes ook aankomen, met verschrikte gezichtjes.

Ze holden de trap af, en daar waren vader en moeder al achter bij de keukendeur, ze deden hem voorzichtig open, want je weet maar niet wat het geluid was. Het kon wel een monster zijn dat zoveel lawaai maakte. Het geluid werd nu zachter en ineens was het stil….raar, de sneeuw was hier en daar een beetje weggeblazen, daar leek het op tenminste.

Neeeeee….het was zo, want daar stond, iets verderop een…..helikopter, Pietje had dat goed gehoord. Door het draaien van de propeller is de sneeuw wat weggewaaid. Dat was de oorzaak. Maar wat deed dat ding hier op de grote open plek in het bos, vlakbij hun huis?

Kijk”, kijk, daar gaat de cabine deur open, en …….daar is Sint-Nicolaas, en twee Zwarte Pieten. De ene Piet zet nog gauw de mijter op het grijze lieve hoofd van Sint. En daar komt hij, een beetje glibberend door de sneeuw, maar hij wordt goed vast gehouden door zijn Pieten, naar het huis toegelopen. De kinderen begonnen onmiddellijk te stralen en vader zei ”vooruit nu, zingen voor Sint. Doe jullie best maar eens, voor iemand die jullie op deze manier  toch komt bezoeken” En de kinderen met rode wangen van spanning en blijdschap begonnen hun liedjes voor Sint en zijn Pieten te zingen.

Moeder ging gauw naar binnen en zette de mooiste stoel klaar voor Sint, lekker dichtbij de kachel.

Sint vertelde met blijde stem dat iemand die hij goed kende (en wie kent de Sint nu niet?) hem zijn helicopter aan heeft geboden om hem hier naar dit eenzame huis te vliegen. En door de grote open plek kon hier geland worden, anders had hij toch nog niet kunnen komen.

Want er moet voldoende ruimte zijn voor zo’n vliegend ding.

“O o o , zei Sint wat een spannend avontuur was dit, ik durfde eerst niet goed om er in te gaan zitten, maar de Pieten hebben mij over gehaald en nu ben ik toch hier, maar wat was het griezelig, zo hoog in de lucht, de daken van de huizen zijn lang zo hoog niet. Maar ik ben blij lieve kinderen dat ik het gedaan heb. Alhoewel, ik zeg wel lieve kinderen, maar ik heb gehoord dat jullie elkaar ook nog al eens plagen, en daar wordt ik echt verdrietig van. Ik ben gekomen om jullie te zeggen dat het niet meer mag gebeuren, zo nu ga ik weer, niet meer plagen, dan kom ik volgend jaar misschien weer, en breng ik kado’tjes mee, als jullie het verdiend hebben.”

Sint stond op om weer te gaan, de kinderen keken alweer sip, niets krijgen ze dit jaar, en ze beloven aan Sint dat ze voortaan niet meer zullen plagen. Met trillende lip om maar niet echt te gaan huilen keken ze Sint aan.

Maar….Sint ging weer zitten, en zei” Voelen jullie nu hoe naar het is als je geplaagd wordt? Ik deed dat nu een beetje expres, om te laten merken dat jullie dit echt niet meer moeten doen.

Piet,”zei hij” geef die zak eens aan die we hebben meegebracht, die laten we hier achter ,er zitten kado’tjes in en die zijn voor jullie allemaal. Eerlijk delen, en dan straks lief gaan slapen en morgen fijn spelen met jullie nieuwe spulletjes, ik moet nu weer gaan want de piloot van de helikopter moet nog verderop vanavond, dag lieve vader en moeder en Rietje, Fietje en Pietje, ik ga weer een avontuur tegemoet, want ik moet weer in dat vliegding, maar ik ben blij dat ik het gedaan heb voor mijn lieve vriendjes.

De kinderen zwaaiden vanachter de ramen naar Sint die weer glibberend door de sneeuw naar dat vliegding terug liep en instapte na nog eenmaal gezwaaid te hebben. Daar gingen ze weer omhoog. Toen het stil was in de lucht pakten de kinderen en hun vader en moeder met een diepe blije zucht de kado’tjes uit.

Zo was het toch ook voor hen een groot feest geweest  op die Sinterklaasavond, al heel lang geleden

Toen de kinderen al grote mensen waren geworden dachten ze er nog steeds met plezier aan terug.

 

Door Dinie Visschers-de Wit,  28 november 2010

2 reacties, word lid om ook een reactie te plaatsen

Mooi geschreven Dinie!

Dank je wel Karin...ik wens jou en iedereen een leuk sint-feest toe