Zakelijk gevecht om Hornbach op kosten van de burger

Toekomstige vestigingsplaats Hornbach in Nieuwerkerk aan den IJssel

Al jaren ligt er aan de Laan van Avant Garde en de Hoofdweg een groot zandgebied. Hier is een vestiging van Hornbach gepland en al sinds 2006 is men bezig om een bestemmingsplan vast te stellen.

Met een hele reeks aan bezwaren zorgden de concurrenten Praxis en Neerbos (eigenaar van Gamma en Karweivestigingen in de regio) alsmede lokale bouwmarkten en bedrijven in de omgeving dat het bestemmingsplan meerdere malen terug kwam in de commissie Ruimte. Het dossier Hornbach is volgens mij net zo hoog als de zandplaat die er nu ligt: 6 meter.

Toekomstige vestigingsplaats Hornbach in Nieuwerkerk aan den IJssel

Concurrentiestrijd
Een bezwaar over het eigen bedrijf dat grenst aan Hornbach of een bezwaar en over de omheining kan ik me goed voorstellen. De Gamma die klaagt over afwijking op het mogelijk aan te nemen personeelsleden of de Praxis die beroep aangaat om het aantal parkeerplaatsen heeft mijn inziens helemaal niets te maken met normale bezwaren. Nee, hier is een concurrentiestrijd aan de gang en zoeken duurbetaalde advocaten naar alle mogelijke gaten.

Zover ik heb begrepen is Hornbach ook zo te werk gegaan met de megapraxis in Capelle en ik vraag me af of dit nu zo noodzakelijk is. 

Parkeerplaatsen, personeelsleden, flora en fauna
Door alle bezwaren die moeten worden behandeld, moeten er weer nieuwe plannen worden opgesteld, moeten ambtenaren weer nieuwe stukken maken en moet er weer over vergaderd worden. En dat kost geld, uw en mijn belastinggeld voor de vrije markt en niemand van de indieners betaalt dat. Wettelijk allemaal toegestaan, maar ethisch kan ik het niet goed vinden. Nadat de commissie Ruimte en de raad, na de zoveelste vergadering, eindelijk het bestemmingsplan goedkeurden, hadden Praxis, Gamma en Karwei nog steeds er geen genoeg van.

Toekomstige vestigingsplaats Hornbach in Nieuwerkerk aan den IJsselNu ligt het dossier bij de Raad van State met als argumenten : het aantal parkeerplaatsen, het aantal personeelsleden en de houdbaarheid van het onderzoek voor de flora en faunawet. De indieners zijn wederom de concurrenten en niet direct betrokkenen of bewoners van Nieuwerkerk. Wederom worden er weer dikke dossiers gemaakt, moet de gemeente ook weer veel mensen inzetten en kost het u en mij nog meer geld.

Daar waar door kabinet Rutte het voor burgers bijna onbetaalbaar wordt gemaakt om te procederen voor hun recht, kunnen bouwmarkten dus een concurrentiestrijd uitvechten waarbij het justitiële apparaat wordt belast.

Dure zandbak
De zandhoop zal er dus nog wel even blijven liggen, een dure zandbak voor de belastingbetaler die de dure kosten uiteindelijk terugbetaalt. Dat doet deze zowel voor de grote belasting van het gemeentelijke ambtenarenapparaat als ook de hoge kosten van de ambtenaren van de Raad van State. Kortom, ouderwetse concurrentie met prijzen wordt tegenwoordig uitgebreid met elkaar via procedures verder te jennen. Zonde, want uiteindelijk zal de klant minder uitgeven. Wat mij betreft moet er een concurrentietoets komen op dit soort bezwaren waarbij, als blijkt dat het echte concurrentie aangaat, de klager direct niet ontvankelijk verklaard kan worden en alleen door kan procederen als alle gemaakte kosten door bijvoorbeeld de Raad van State betaald worden.

André Muller

SP Zuidplas 

Foto's: Omroep Zuidplas

Raadslid Muller van de Socialistische Partij was zaterdag 21 januari 2012 tussen 9 tot 12 te gast in het radio programma Zuidplas in het Weekend. Dit gesprek is hieronder te beluisteren.

Zie ook: Raad van State behandelt bezwaar op bouwmarkt

5 reacties, word lid om ook een reactie te plaatsen

Dag Andre,

Bedankt voor dit stukje informatievoorziening. Denk dat veel mensen zich afvragen wat er toch met Hornbach gebeuren gaat.

Net als jij, vind ik het ook een vreemde zaak dat concurrenten de boel zolang kunnen ophouden (op oneigenlijke gronden) en dat dit zoveel resources moet vergen van onze gemeente.

Wellicht kunnen de alhier actieve juridisch onderlegde communityleden iets zeggen over deze zaak en of er bijvoorbeeld iets als een "concurrentietoets" in de maak is.

Tja, en dan te bedenken dat met name Hornbach hierom bekend (berucht) is.

Gelukkig kan wie de oorspronkelijke intratuin wil bezoeken in Zevenhuizen terecht.

@Andre Muller,

Dat is interessante materie die u in uw artikel aansnijdt. Voor mij is overigens nog steeds onduidelijk waarom Hornbach niet aanvangt met bouwwerkzaamheden. Het braak laten liggen van het terrein zal namelijk ook niet zonder kosten zijn. Ik vraag mij namelijk af of dit te maken heeft met voorzichtigheid gezien de lopende procedure dan wel met andere vooralsnog onduidelijke redenen.

Maar goed, enigzins geabstraheerd van dit individuele geval, enige opmerkingen over de "concurrentietoets" die door u wenselijk wordt geacht. Als ik u goed begrijp, beoogt u met een dergelijke concurrentietoets dat voorkomen wordt dat (mede) op kosten van de gemeenschap op oneigenlijke gronden wordt geprocedeerd zeker als het er alle schijn van heeft dat grote corporaties dit middel inzetten om elkaar als concurrenten te bevechten.

In algemene zin kan gezegd worden dat deze "concurrentietoetsing" eigenlijk al bestaat door de (1) de (EG) Dienstenrichtlijn en (2) de mogelijkheden die procespartijen en de bestuursrechter hebben om misbruik van processuele bevoegdheden te sanctioneren. Daarbuiten kan gezegd worden dat de recentelijke verhoging van de griffierechten (correctie 21/1) die ook voor rechtspersonen aanzienlijk is, maar grote corporaties zullen daar weinig gevoelig voor blijken te zijn.

[1] Dienstenrichtlijn

Kort door de bocht gezegd, mag een gemeente geen vestigingsbeleid voeren op grond van economische criteria/concurrentieverhoudingen. Het grootste gedeelte van de door Gamma en Praxis aangevoerde argumenten zien juist op deze economische criteria. (Assortimentlijsten etc.) Deze arumentatie zal met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geen kans van slagen hebben. Hierbij kan dus terrecht de vraag gesteld worden of er überhaupt voldoende (gerechtvaardigd) belang is om op grond van deze argumenten te gaan procederen.

Wat de parkeerplaatsen betreft en los gezien van het werkelijke motief van Gamma en Praxis, is het wel vaak zo dat er over het algemeen makkelijk wordt gedaan over het aantal parkeerplaatsen. Daar waar het uitkomt doet de gemeente beroep op (CROW) richtlijnen, terwijl deze nergens in gemeentelijk beleid verbindend worden verklaard. De verkeersafwikkeling van de Hoofdweg en de belangen van omwonenden blijft een precair onderwerp. Daar waar natuurlijke personen niet de tijd, energie en/of het geld hebben om hierover te gaan procederen, pakken "grote jongens" (what's in a name?) dit aspect wel mee en soms levert dat uiteindelijk een voordeel op t.a.v. de kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming. Neemt niet weg dat juridisch gezien ook dit argument mogelijk weinig kans van slagen zal hebben.

[2] Bestaande mogelijkheden tot sanctionering misbruik processuele bevoegdheden

Er is niet snel sprake van misbruik van processuele bevoegdheden en dat is ook niet zonder reden. Uit art. 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens staat dat in principiële zin de vrije toegang tot een rechter niet in elementaire zin beperkt mag worden. Zeker als men vanuit wetgeving paal en perk tracht te stellen aan lichtvaardig procederen, is het gevaar groot dat ook rechtszoekenden met een gerechtvaardigd procesbelang onevenredig benadeeld worden. Persoonlijk zie ik dan ook meer in scherpere toetsing in het concrete individuele geval met reeds bestaande sanctioneringsmogelijkheden dan in een algemene, bij wet gegeven, "concurrentietoetsing".

DE MOGELIJKHEDEN ZIJN ER:

Rechters zijn om dezelfde reden doorgaans terughoudend met het sanctioneren van misbruik van processuele bevoegdheden, maar de mogelijkheden zijn er, zeker als een gemeente dit argument ter berde zou brengen al moet een gemeente dat natuurlijk niet eerder doen dan nadat zij zichzelf ervan vergewist heeft dat het aangevochten besluit voldoende van kwaliteit is. Ook is het vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid en rechtsbedeling moeilijk om vooraf, bij voorbaat, te kunnen concluderen dat het procesmotief oneigenlijk is. Neemt niet weg dat de sanctioneringsmogelijkheden er wel zijn! Het leerstuk van misbruik van processuele bevoegdheden is in het bestuursrecht nog niet echt in zwang, al bestaat er al wel relatief recente interessante jurisprudentie over.

Een rechter kan vooraf toetsen of er sprake is van misbruik van processuele bevoegdheid, in welk geval het rechtsmiddel NIET ONTVANKELIJK kan worden verklaart.

Een rechter kan ook "achteraf" toetsen, door eerst het rechtsgeding zijn beloop te laten hebben en uiteindelijk te komen tot een ONGEGRONDVERKLARING ( al dan niet mede) wegens misbruik van processuele bevoegdheid in combinatie met een PROCESKOSTENVEROORDELING die in theorie bij misbruik van processuele bevoegdheden volledig voor rekening kan komen van de op oneigenlijke gronde procederende partij.

Hierover bestaat ook relatief recente jurisprudentie, m.n. ingezet door Rb. Zutphen.

Verder kan een advocaat die lichtvaardig en op oneigenlijke gronden procedeert een klacht aan de broek krijgen, waarna deze zich zal moeten verantwoorden bij de Raad van Discipline. Maar ook voor een dergelijke klacht geldt dat deze wel voldoende grondslag moet hebben.

Op dit moment is wellicht vooral de vraag interessant of het College als procespartij van mening is dat er in deze op oneigenlijke gronden wordt geprocedeerd en (1) zo ja, waarom en is dit ook aangevoerd bij de Raad van State en (2) zo nee, waarom niet?

HET MOET HIER BEGINNEN:

De eerste troef is natuurlijk kwalitatief deugdelijke bestuurlijke besluitvorming.

Daaruit voortvloeiend: als het om gemeenschapsgeld gaat, dan is het College/de gemeente als procespartij de eerst aangewezen partij (die het algemeen belang dient) om procedures op oneigenlijke gronden te voorkomen en te (laten) sanctioneren.

Toch blijft het raar dat men op oneigelijke gronden blijft proberen de bouw van een concurent te vertragen of zelfs te stoppen. Uiteindelijk is de burger cq consument de sjaak. Meer concurentie levert de consument toch meer keuze en scheelt in de portemonee. Vaak gaat de service ook omhoog.

@Jan Baas

Ben ik met u eens en daar heeft het nu ook op zijn minst de schijn van, maar het vaststellen ervan is aan de Rechter.

Juist daarom moet de aandacht (ook) gericht worden op de reeds voor handen zijnde middelen om dit te voorkomen en zo nodig te bestrijden.

Goed en volkomen terecht dat Raadslid Muller dit dan ook in de media aan de orde stelt en het zou daarbij tevens een goed idee zijn om te vragen/te inventariseren wat de gemeente op dit moment als procespartij zelf al doet om deze categorie van onwenselijk gedrag te voorkomen dan wel te (laten) sanctioneren.

In algemene zin kan namelijk aangestuurd worden op de preventieve sanctie van de niet ontvankelijkheidsverklaring en repressief op een zo volledig mogelijke veroordeling in de proceskosten (hetwelk in spiegelbeeld natuurlijk ook niet zonder de vraag gaat of de gemeente het niet onnodig/op oneigenlijke gronden op risicovolle procedures laat aankomen natuurlijk).

In een wereld die niet ideaal is, moet om te beginnen geroeid worden met de riemen die je hebt.

Wink