1. Zet altijd je zonnekap op je objectief, ook binnen. Deze houdt ongewenst licht tegen.
2. Stel je camera, zeker als je achteraf wilt bewerken, in op RAW-opnames. Hierbij wordt een 12-bits bestand gemaakt, terwijl jpeg maar een 8-bits bestand oplevert. Het aantal grijswaarden is daarom bij RAW vele malen groter dan bij jpeg, namelijk respectievelijk 4096 en 256. Hij het bewerken van foto's neemt het aantal grijswaarden af. Het menselijk oog kan ongeveer 200 verschillende grijswaarden onderscheiden en voor een goed genuanceerde foto zijn meer dan 256 grijswaarden nodig. Zodra je dus in jpeg gaat bewerken, wordt de kwaliteit van de foto minder. Daarom is het alleen in RAW mogelijk om zonder kwaliteitsverlies te bewerken, omdat je daar genoeg grijswaarden over hebt. Jpeg gebruik je vooral als de snelheid belangrijker is dan de kwaliteit. Bijvoorbeeld fotojournalisten, die een foto gelijk moeten doorsturen, hebben geen tijd om te bewerken en kunnen beter jpeg-opnames maken.
3. Fotografeer met een zo laag mogelijke iso-waarde. Hogere iso-waardes veroorzaken ruis en verminderen de kwaliteit van de foto.
4. Zet de verscherping van de camera uit. Je hebt hierbij namelijk geen controle over wat de camera doet en dat kan tot ongewenste resultaten leiden. Je kunt beter achteraf met fotobewerkingssoftware de foto verscherpen.
5. Controleer de belichting van je foto, via het histogram en niet het LCD-scherm. Het scherm is niet gekalibreerd, waardoor het een vertekend beeld kan geven. Zeker als bijvoorbeeld de zon in het scherm schijnt. Het histogram geeft wel op een juiste manier de belichting aan. De linkerkant van het histogram heeft de zwarte pixels aan en de rechterkant de witte pixels. Bij een goed belichte foto, loopt het histogram van links naar rechts, zonder grote pieken aan één van beide kanten. Een piek links geeft onderbelichting aan en een piek rechts overbelichting.
6. Gebruik bij een lange sluitertijd altijd een statief, zover dat mogelijk is, of pas de sluitertijd, het diafragma of de iso-waarde aan. Anders kun je je camera niet meer stil houden en wordt de foto onscherp. De sluitertijd, waarbij je uit de hand kunt fotograferen, is ongeveer 1/brandpuntsafstand. Hierbij moet wel rekening gehouden met de crop-factor van niet-fullframe camera's (de meeste camera's). Een voorbeeld. Mijn canon camera heeft een crop-factor van 1.6. Een 50mm lens wordt hierop 80mm. Met deze lens kan ik dus uit de hand fotograferen tot ongeveer 1/80. In de praktijk kun je ook wel eens met een langere sluitertijd uit de hand fotograferen, maar met deze regel zit je altijd aan de veilige kant.











